donderdag 12 maart 2015

quest 3: wat zijn de kansen en bedreigingen van het ontwikkelde toekomstscenario voor eigen organisatie?

Zoals in een eerder blogbericht aangegeven, wordt in quest 3 een SWOT-analyse uitgevoerd waarbij op basis van een analyse van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen de mogelijkheden van het toekomstscenario binnen de eigen organisatie inzichtelijk worden gemaakt. Onze groep, game set match, heeft gekozen voor scenario 'zelfsturende professional’, waarbij de drijvende krachten life long learning en individualisme zijn. Hiervoor is gekozen, omdat life long learning niet weg te denken is binnen de veranderende maatschappij. Om in de toekomstige dynamische maatschappij te functioneren dient de individuele lerende zich voortdurend te blijven ontwikkelen. Een individueel leertraject waarbij samenwerking en communiceren wel een belangrijke rol spelen. Dit toekomstscenario is als volgt uitgewerkt:

Zelfsturende professional


Nu, in 2030, is leren niet meer gekoppeld aan een bepaalde fase in het leven, maar is sprake van leven lang leren (Rijksoverheid, 2014). Vanaf de basisschool is een digitaal portfolio voor elke leerling gemeengoed geworden. Het is een weergave van het individuele leertraject met vooral aandacht voor de eigen talentontwikkeling. De 21st century skills zijn binnen de verschillende curricula inmiddels volledig ingebed. Deze vaardigheden bereiden de toekomstige werknemer voor op een flexibele arbeidsmarkt (Onderwijsraad, 2014). Dit betekent dat sprake is van brede opleidingen en specialisaties pas in een latere fase op de werkplek plaatsvinden. Formeel en informeel leren lopen hierbij in elkaar over (Arets, 2009). De lerende geeft zelf sturing aan zijn leerproces (Kessels, 2013). De docent is de coach en helpt de lerende met name in het primair onderwijs bij deze zelfsturing . Klaslokalen zijn vervangen door open ruimten, waar leerlingen ieder hun eigen leerweg inrichten. Maar ook is gebleken dat de werkomgeving een aantrekkelijke leeromgeving is voor de jonge lerenden (Kessels, 2013). In het vervolgonderwijs maken nieuwe media het mogelijk dat de lerende zelf bepaalt hoe, wat en waar hij leert. In tegenstelling tot het begin van deze eeuw kennen de verschillende stromingen in het onderwijs geen vaste studieduur meer (Vandenbosch, 2014). Dit doet recht aan de individuele leertrajecten. Ondersteuning door docenten vindt vraaggericht plaats. Deze docenten zijn master opgeleid, kennen voldoende autonomie en maken gebruik van hun professionele ruimte. Het digitale contact zorgt samen met het leren op de werkplek dat er minder schoolgebouwen zijn. Grenzen vervagen en wereldwijd kan de kennis gehaald worden of deelgenomen worden aan onderwijs. Diploma’s zijn overbodig, immers het digitale portfolio is een weergave van de opgedane kennis, vaardigheden en verworven competenties. Ondanks dat de lerende sterk gericht is op zijn eigen ontwikkeling dient hij in staat te zijn tot samenwerking en een juiste communicatie binnen de dynamische maatschappij.

Binnen dit scenario is gekeken naar aspecten die verbonden kunnen worden aan de opleiding fysiotherapie Zuyd in de huidige vorm en behoren tot de sterkten, zwakten, kansen en/of bedreigingen. Het betreft: 21ste century skills, brede opleiding met specialisatie in latere fase, zelfsturing geven aan het leerproces door de lerende en daarbij bepalen waar, wanneer en wat geleerd wordt, leren in open ruimten, leren op de werkplek, ict en nieuwe media, wereldwijd leren en digitaal portfolio. 
De analyse heeft geleid tot het volgende schema: 





Onderbouwing swotanalyse


Sterktes:
De missie van de opleiding Fysiotherapie Zuyd is het “opleiden van studenten tot kritische en innovatieve zorgprofessionals, conform het competentieprofiel Fysiotherapie”, waarbij zorgprofessionals “anticiperen op een steeds veranderende omgeving, zoekend naar noodzakelijke vernieuwingen” (Opleiding Fysiotherapie Zuyd, 2013). Hiermee wordt de intentie uitgesproken de student voor te bereiden op een flexibele maatschappij. De opleiding kent als onderwijsmodel PGO+,  vorm gegeven in het 4C-ID-model (Moust, Bouhuijs, Schmidt, & de Grave, 1997; Janssen en Merrienboer, 2002). De taken in de lesblokken zijn gebaseerd op authentieke casussen; studenten worden zo voorbereid op het werkgebied waar ze terecht komen. Probleemgestuurd onderwijs spreekt het probleemoplossend vermogen van de studenten aan. Maar ook samenwerken en communiceren zijn om tot het oplossen van de leertaken te komen binnen dit model een voorwaarde. Binnen de verschillende taken en opdrachten wordt kritisch denken gestimuleerd. Er is op dit moment al veel aandacht voor de 21ste century skills.
Het onderwijs word studentgecentreerd gegeven. De student wordt vanaf de start van het onderwijs voorbereid om zelf vorm te geven aan zijn leerproces. Hij wordt hierbij ondersteund door de studieloopbaanbegeleider, een docent in de rol van coach.

Het stagemodel kan gezien worden als een sterkte van de opleiding. Reeds nu biedt het curriculum veel ruimte aan stage. De student leert in de werkomgeving. Drie stageblokken van elk 15 weken starten na tweeëneenhalf jaar het binnenschools curriculum gevolgd te hebben. Tijdens deze tweeëneenhalf jaar vinden reeds korte stageperioden (enkele dagdelen) plaats. Er is veel aandacht voor leren in de werkomgeving. De stagebegeleiders, fysiotherapeuten in de werksetting die geschoold zijn om studenten op de werkplek te begeleiden, nemen een deel van de rol van docenten over. Dit gebeurt in onderling overleg. Naar de toekomst toe kan de rol van de begeleiders uitgebreid worden. Daarnaast zijn een deel van de docenten tevens werkzaam als fysiotherapeut in de praktijk, wat ook de betrokkenheid met het werkveld ten goede komt.


Op dit moment vindt herziening van het toetsbeleid plaats. Toetsen wordt gezien als een manier om het leerproces van de student te stimuleren. De mondeling gegeven en besproken feedback en de verwerking hiervan in het digitaal portfolio zijn belangrijkere aspecten dan de beoordeling door middel van een score/cijfer. Het portfolio wordt uiteindelijk een weergave van de behaalde competenties. Op deze manier wordt gedurende de opleiding al vorm gegeven aan een digitaal portfolio en kan dit een bijdrage leveren aan leven lang leren. 

Zwaktes

Statisch curriculum vormt een belemmering voor de individuele leertrajecten. Het curriculum is opgedeeld in blokken, die elkaar opvolgen. Er is sprake van een lineair model. Dit maakt het niet mogelijk om de lesblokken in een andere volgorde te doorlopen en zo te kiezen voor een individueel, afwijkend studietraject. Curricula van verschillende opleidingen zowel nationaal als internationaal zijn van elkaar verschillend qua opbouw. Dit bemoeilijkt het voor de student om blokken of modules bij andere opleidingen te volgen.

Leven lang leren projecten (nascholingscursussen) vallen onder een aparte sector/opleiding binnen de hogeschool. Vanwege organisatorische en financiële redenen wordt dit opleidingsaanbod onvoldoende in de markt gezet. Docenten van de opleiding fysiotherapie worden wel ingezet voor onderwijsactiviteiten, maar er is weinig betrokkenheid. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de mogelijkheden van leven lang leren onderwijs (nascholingscursussen). Hierbij spelen ook strategische en demografische factoren een rol.

Ict en nieuwe media maken het mogelijk dat de student zelf vorm geeft aan zijn leertraject en scheppen mogelijkheden voor de student om zelf te bepalen wanneer hij leert. Ict en nieuwe media worden nu ingezet ter ondersteuning van het contactonderwijs. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van andere digitale onderwijsvormen waarbij de student zelf het tijdstip bepaalt dat hij zich de lesstof eigen maakt. Op dit moment wordt in beperkte mate gebruik gemaakt van weblectures. Blended learning, flipping the classroom worden niet ingezet. Sommige lokalen kennen nog krijtborden en maar een beperkt aantal lokalen heeft een smartbord. Ook speelt de beperkte ict-geletterdheid van de docenten een rol.  

Kansen
In het kader van leven lang leren is veel behoefte aan post-master opleidingen. Hier zijn nog veel ontwikkelmogelijkheden waar de opleiding tot nu toe geen gebruik van maakt. De opleiding kan, in samenwerking met de lectoraten en de centra of expertise inzetten op het zelf ontwikkelen van deze vorm van onderwijs. 

De opleiding heeft goede internationale contacten, zowel met het werkveld als met de opleidingen. Studenten kunnen nu één van de drie stageperiodes in het buitenland doorbrengen. Ze kunnen gebruik maken van deze contacten. Dit samenwerkingsverband kan verder uitgebreid worden om mogelijk een deel van het curriculum in het buitenland te volgen. Voorwaarde hierbij is dat de curricula van de opleidingen beter op elkaar afgestemd zijn. Studenten kunnen dan uitgewisseld worden. 


Er is grote betrokkenheid van werkveld bij de opleiding. Intensieve contacten zorgen voor een goede samenwerking. Hier liggen kansen om onderwijs meer te verplaatsen naar de werkplek; nog meer gebruik maken van leren in authentieke situaties wat goed aansluit bij het onderwijsmodel. Een deel van de vaardigheidslessen vindt nu plaats in het gebouw van de opleiding, waarbij soms patiënten aanwezig zijn. Deze lessen kunnen ook gegeven worden in de praktijken of instellingen. Ook de opleidingen in het kader van leven lang leren (nascholingscursussen) kunnen deels plaatsvinden op de werkplekken. 


Bedreigingen
De verschillende beroepsprofielen van de paramedische gezondheidszorgopleidingen vormen een belemmering om tot een brede basisopleiding te komen, waarbij de studenten pas later in hun leertraject een keuze maken voor een uitstroomrichting. Elke paramedische beroepsgroep kent een eigen beroepsvereniging, die sterk de eigen identiteit vorm geeft en bewaakt en een sterke koppeling kent naar de opleidingen.

Praktijkonderwijs vormt een groot deel van het curriculum. Om deze vaardigheden eigen te maken is contactonderwijs noodzakelijk, naast het samen oefenen door studenten. Dit beperkt de individuele keuzemogelijkheden t.a.v. de leerroute, waarbij tijd- en plaatsonafhankelijk wordt geleerd. 


De demografische ligging is voor veel lerenden een belemmering om deel te nemen aan leven lang leren vervolgonderwijs. Een deel van dit onderwijs vindt binnen de context van fysiotherapie als contactonderwijs plaats en een minimaal aantal lerenden is noodzakelijk voor de financiering van dit onderwijs. De ligging van de opleiding zou hier de bedreiging kunnen zijn om dit voldoende van de grond te krijgen. De huidige situatie is dat nascholing, georganiseerd in het zuiden van het land, minder deelnemers kent dan de scholingen die centraal in het land verzorgd worden. 


Samenhang tussen de verschillende categorieën van de analyse.
Binnen de leven lang leren projecten zitten zowel kansen als zwakten. Hierbij kunnen de zwakten ook omgezet worden in kansen. Deze projecten onderbrengen bij de opleiding fysiotherapie vergroot de inbreng en de betrokkenheid van de docenten. Bij meer digitaal onderwijs, waar dat mogelijk is, speelt de demografische ligging geen rol van belang. 
De beperkte ict-geletterdheid bij docenten is nu een zwakte maar hier liggen ook kansen. Vanuit de hogeschool zelf worden cursussen en workshops aangeboden. Door een goed uitgewerkt scholingsplan met gebruik making van de scholingsmogelijkheden van Zuyd biedt deze zwakte ook kansen. Daarnaast wordt komend jaar verbouwd bij de opleiding fysiotherapie. Bijeenkomsten vinden plaats waarbij door het docententeam overlegd wordt welke aanpassingen in de verschillende ruimten gewenst zijn. Dit schept ook mogelijkheden om tot meer open leerruimten te komen ipv de huidige kleine leslokalen. Samenwerken en leren van elkaar, formeel en informeel leren wordt hiermee bevorderd. Bij de verbouwing dient ook aandacht te zijn voor de aanleg van de juiste digitale voorzieningen in elke ruimte. Hier spelen dan wel weer de financiële middelen een belangrijke rol. 
Uitwisseling van studenten op basis van goede internationale contacten is een kans. Het statisch curriculum, een zwakte, kan een bedreiging vormen om optimaal gebruik te maken van deze kans. Voorbereiding van aanpassingen van het curriculum vindt op dit moment plaats. Hierbij is de intentie om te komen tot een flexibeler curriculum.
De verschillende beroepsgroepen hechten sterk aan de eigen identiteit. Binnen de curricula van verschillende paramedische opleidingen (fysiotherapie, ergotherapie, HBO-V, logopedie) is aandacht voor interprofessioneel werken. De opleidingen behoren tot de faculteit gezondheidszorg en onderling zijn er veel contacten. Dit kan een bijdrage leveren bij het komen tot een aantal gezamenlijke lesblokken binnen de curricula. Hier liggen dus op lokaal niveau ook kansen. Vanuit lokaal niveau kunnen professionals zich sterk maken om tot een brede basisopleiding te komen, waarbij in de vorm van uitstroomprofielen de identiteit van de verschillende beroepsgroepen (voorlopig) behouden wordt.

Literatuur

Janssen, A., Merrienboer, J. (2002). Innovatief onderwijs ontwerpen: Via leertaken naar complexe vaardigheden. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Moust, J.H.C., Bouhuijs, P.A.J., Schmidt, H.G., & de Grave, W.S. (1997). Probleemgestuurd leren een wegwijzer voor studenten. (4, herzien ed.). Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

Opleiding Fysiotherapie Zuyd. (2013). Keep on Moving: Missie en Visie opleiding Fysiotherapie Zuyd 2012-2017 [Intern document]. Heerlen: Author.

www.scienceguide.nl









3 opmerkingen:

  1. Hallo Myriam,

    Je hebt duidelijk verwoord hoe je SWOT-schema is opgebouwd en waarom de diverse onderdelen in de kwadranten staan. Voor mij als buitenstaander van je opleiding is nu helder waarom je deze keuzes gemaakt hebt. Het is een uitstekend doordacht verhaal.

    Toch blijf ik met de vraag zitten waarom de demografische ligging een bedreiging is op het leven lang leren. Hebben jullie veel studenten van buiten de regio, die dan niet meer op 'herhaling' willen komen omdat het te ver weg is?
    Verder vraag ik me af wat je bedoelt met de leven lang leren projecten. Bedoel je hier nascholingscursussen?

    Als tip wil ik je nog meegeven om je tekst nog eens kritisch door te lezen. Niet alle zinnen lopen even soepel.

    Maar dit zijn details. Je hebt de verschillende kwadranten goed met elkaar verbonden; zij vullen elkaar aan. De relatie met 2030 is gelegd.
    ik vind het een prima stuk!


    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Margreet

    Bedankt voor je mooie positieve woorden. Wat de demografische ligging betreft, die nascholingscursussen (inderdaad de leven lang leren projecten, zal ik nog verduidelijken in de tekst) die wij organiseren in Heerlen worden door fysiotherapeuten van buiten de regio nauwelijks bezocht. Dit i.t.t. cursussen die andere opleidingen centraal in het land organiseren. Dit is dus een aspect dat een rol speelt en een bedreiging kan vormen. Mogelijk dat straks in de toekomst met andere vervoersmiddelen, die hoge snelheden bereiken, dit geen probleem meer vormt.
    Ik zal de tekst nog eens kritisch doornemen, soms ben ik een beetje blind voor mijn eigen tekst, zeker als ik er een tijd mee bezig ben geweest.

    Groeten Myriam

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Complimenten voor je SWOT Myriam! Feedback volgt binnenkort, maar dit (niet zo effectieve aspect van de feedback maar wel leuk om te horen denk ik) wilde ik je alvast terug geven.

    BeantwoordenVerwijderen