Vanmiddag vond een studiemiddag plaats van en voor de faculteit Gezondheidszorg Zuyd. Tijdens het openingspraatje schetste Frits Benjamins, de directeur van de faculteit, een beeld van het onderwijs in 2025. Dit vertoonde veel overeenkomsten met mijn eigen scenario ‚ontdekken’ en met het groepsscenario 'de zelfsturende professional’. Ook hij spreekt van een brede basisopleiding voor de zorgprofessional, waarna er tijdens het vervolg van de opleiding uitstroomprofielen richting fysiotherapie, ergotherapie, verpleegkundige, logopediste zijn. Onderzoek staat op dit moment bij het hbo nog in de kinderschoenen en zal in 2025 een veel grotere rol gaan spelen. Elke docent raakt betrokken bij onderzoek, de mate waarin varieert. Lectoraten worden kenniscentra en zijn onlosmakelijk verbonden met het onderwijs, de opleidingen. Docent professionaliseren wordt belangrijk met betrekking tot implementeren van innovaties in het werkveld. Volgens Frits zijn docenten goed in het zoeken naar innovaties, deze inbrengen in het onderwijs, maar gebeurt vervolgens de koppeling naar het werkveld onvoldoende. Liggen hier kansen voor ons, MLI-ers? Leren zal meer gebeuren op de werkplek, de rol van het schoolgebouw wordt minimaal. Tot slot neemt technologie in de zorg een belangrijke plek in. Nu kent Zuyd Eizt, expertisecentrum voor innovatieve zorg en technologie, dat innovatieve concepten ontwikkelt vaak met raakvlakken op het gebied van technologische oplossingen.
Aansluitend aan het het verhaal van Frits vonden workshops plaats. Een van de workshops, die ik bezocht, ging over interprofessioneel samenwerken. Er werd gediscussieerd aan de hand van stellingen. Hoever ga je in de samenwerking tussen de verschillende opleidingen binnen de faculteit. Is dit vanzelfsprekend, kom je tot een gezamenlijke basisopleiding? Al snel werd duidelijk dat de meningen binnen deze groep van ongeveer 17 personen verschillend was. Dit varieerde van samen vorm geven aan het propedeuse jaar en daarna verschillende uitstroomrichtingen tot verder gaan zoals nu: verschillende opleidingen en soms samenwerken. Het toekomstscenario is niet voor iedereen hetzelfde. Dit zal nog veel overleg vergen om de neuzen dezelfde richting op te krijgen. Volgens Wierdsma hoeft dat echter niet, de neuzen mogen in verschillende richtingen wijzen, zo lang de handen maar in dezelfde richting gaan (https://www.youtube.com/watch?v=ubi7LLBTWFU).
Toeval bestaat niet. Precies in de periode van LA 4 gaat jouw organisatie een blik in de toekomst werken. Samenwerken tussen opleidingen omschrijf je als een van de grote uitdagingen. Het voeren van de dialoog met elkaar hierover lijkt mij een mooie eerste stap om de handen (en hoofden) in dezelfde richting te krijgen. Welke rol ga jij in dit proces spelen?
BeantwoordenVerwijderenIk denk inderdaad dat dit juist nu op mijn pad komt. Ook de uitnodiging die ik vanochtend kreeg om deel te nemen aan een interactieve presentatie van Gerhard Messmann, werkzaam aan de Universiteit van Regensburg, over het innovatief gedrag van docenten in het beroepsonderwijs dat hij heeft onderzocht in het kader van, onder andere, zijn promotie-onderzoek. Hij zal ingaan op de vraag wat innovatief gedrag is, hoe we dat kunnen vaststellen, in welke mate docenten hierover beschikken en welke factoren invloed uitoefenen op het innovatief gedrag. Als een van de vijftien docenten mag ik hierbij aanwezig zijn. Sluit mooi aan bij deze master.
BeantwoordenVerwijderenNa het afronden van de master is het de intentie dat ik betrokken ben bij het implementeren van interprofessioneel werken in delen van het curriculum. Ook bij andere projecten die betrokken zijn bij de curriculumvernieuwing.
De dialoog ben ik al aangegaan met docenten van andere opleidingen om te zien wat we voor elkaar kunnen betekenen in onze curricula.